|
Een maïsboerderij in de
Amerikaanse staat Iowa. Bijna driekwart van de maïs die
op de wereldmarkt wordt aangeboden komt uit de VS. Foto
Bloomberg
Amerikaanse boer produceert maïs voor
bio-ethanol
‘De
wereld weet niks van oorzaak van duur voedsel’
Gepubliceerd: 24 april 2008 15:00 |
Gewijzigd: 25 april 2008 11:23
Is Amerika’s gebruik van maïs voor biobrandstoffen
oorzaak van de voedselrellen in de wereld?
Ethanolboer Larry Meints uit de maïsstaat Iowa heeft
meer medelijden met zijn hongerige kippen.
Door
onze correspondent Freek Staps
Steamboat Rock, 24 april. Een lokale bekendheid was
hij al jaren. Zijn familie is hier al vier
generaties boer en zijn zoon staat op het punt de
zaak over te nemen. Larry Meints was daarnaast
jarenlang zowel exploitant van restaurant The Green
Room als uitbater van benzinestation annex
supermarkt annex eethuis The Rock Stop. „De mensen
grapten hier dat ik een monopolie had op eten in het
dorp.”
Hoe vermaard de 68-jarige in dit gat van 336
inwoners in het noorden van de Amerikaanse maïsstaat
Iowa ook is, in grote delen van de wereld wordt over
zijn soort mensen nu schande gesproken. Zijn maïs
eindigt immers als brandstof in Amerikaanse auto’s,
en niet als voedsel op borden, zo luidt het verwijt.
En als oprichter van een fabriek die deze
biobrandstof maakt, draagt hij dus rechtstreeks
verantwoordelijkheid voor de
voedselcrisis.
Rellen om voedsel
De afgelopen weken kenden voedselrellen van Haïti
tot Marokko, van Indonesië tot Italië. In Venezuela
liggen buitenlandse voedselbedrijven onder vuur, in
de Verenigde Arabische Emiraten werd het kantoor van
een Amerikaans bedrijf in brand gestoken en in
Egypte wordt het leger ingezet om brood te bakken.
Drie klanten van een supermarkt in China kwamen om
het leven in het gedrang om spijsolie, in Haïti
overleden vijf inwoners en een VN-waarnemer door de
onlusten.
Een dag optrekken met boer Meints maakt duidelijk
dat hij zelf zeer ver van de voedselcrisis afstaat.
Trots op zijn pas verworven welvaart rijdt hij
zonder gordel over de onverharde wegen in zijn
nieuwe goudkleurige pick-uptruck, op de achterbank
de nieuwe computer nog in de doos. Hij zegt dat hij
er „droevig” van wordt „dat de wereld niet weet hoe
het echt in elkaar steekt”.
Hij stapt met zijn witte sportschoenen de gele
blubber bij de fabriek in – bijproduct veevoer – en
hij legt uit dat „hoge voedselprijzen juist
veroorzaakt worden door de
gestegen olieprijs, die het boeren en het
grondstoffentransport duurder hebben gemaakt”.
Hij eet in zijn oude benzinestation The Rock Stop
een uitgedroogde hamburger en valt dan even stil.
Meints zegt dat het natuurlijk wel „gruwelijk” is
dat de maïsprijzen zo hoog liggen. „Want veel boeren
rest weinig dan hun varkens en kippen te laten
afmaken. Voeren wordt te duur, en anders komen de
dieren om van de honger.”
Bio-ethanol
Terug in de tijd. Tien jaar geleden las Meints in
een vakblad voor het eerst over bio-ethanol: een
biobrandstof die gemaakt wordt door maïskorrels te
malen, te mengen met chemicaliën, te verhitten en te
laten fermenteren. In die tijd leed Meints, met 600
hectare land, onder dalende maïsprijzen,
teruglopende omzetten. Hij constateerde dat zijn
regio almaar „depressiever” werd. The Green Room had
geen eters meer, op de kapper werd bezuinigd, het
hotel trok geen gasten meer. Alles moest dicht.
Meints besloot op zoek te gaan naar geldschieters
voor een bio-ethanolfabriek. „Niemand durfde het me
in mijn gezicht te zeggen, maar het was duidelijk:
ze dachten dat ik krankzinnig was geworden.” Hij
overtuigde 400 lokale boeren – met eindeloze
bijeenkomsten in vervallen motels en de regionale
pizzeria Godfather’s – samen 7,3 miljoen dollar aan
spaargeld in zijn idee te steken. De overige 27
miljoen kwamen van de bank en de overheid. Hoeveel
Meints zelf investeerde? „Meer dan mijn vrouw lief
was.” Hoeveel nachten hij wakker lag, vrezend voor
een mislukking? „Meer dan mijn vrouw ooit heeft
geweten.”
In 2005 ging Pine Lake Corn Processors open, een van
de grootste bio-ethanolfabrieken in private handen
van Amerika. Het idee was dagelijks 57.000 gallon
ethanol te produceren – 1 gallon is 3,785 liter, dus
216.000 liter. Op een wit schoolbord waar de
voormalige vrachtwagenchauffeurs en boeren nu
toezicht houden op het productieproces wordt per dag
bijgehouden hoeveel wordt geproduceerd. Zomaar een
dag: 95.000 gallon.
Niet alleen produceert de fabriek boven verwachting,
de gestegen vraag naar ethanol helpt ook. Een
ethanolprijs van 1,20 dollar (76 eurocent) per
gallon is de rentabiliteitsdrempel. De fabriek
krijgt nu drie keer zoveel voor haar product.
Overheidssteun
Bijna driekwart van de maïs die op de wereldmarkt
wordt aangeboden komt uit de VS. Daarvan wordt weer
eenvijfde gebruikt voor bio-ethanol. Dat plotselinge
succes van de biobrandstof is met name te danken aan
de overheidssteun. Op ethanol uit het buitenland zit
een importheffing van 54 dollarcent per gallon.
Tegelijkertijd subsidieert de Amerikaanse federale
overheid energiebedrijven die – gedwongen – benzine
met ethanol aanlengen met 51 dollarcent per liter.
Die overheidssteun houdt nog even aan. President
Bush heeft energiebedrijven verplicht in 2022 op
jaarbasis 15 miljard gallon aan biobrandstoffen op
basis van maïs aan te bieden. Dat is het dubbele van
de totale ethanolproductie van dit jaar, en vijf
keer zoveel als vijf jaar geleden.
Meints zegt nu dat zijn fabriek zo winstgevend is
dat dit alles ook wel zonder de in totaal 200
verschillende subsidies had gekund. Hij heeft het
trouwens helemaal niet zo op met overheidssteun. „Ik
heb liever dat de markt dit regelt.” Maar over
uitzonderingen valt te praten. Hij houdt namelijk
van zijn land, wil het beschermen tegen de boze
buitenwereld. „En het is veel beter dat de overheid
de Amerikaanse boer bijstaat dan dat onze
benzinedollars in het Midden-Oosten in de zakken van
terroristen belanden.”
Energieonafhankelijkheid
De Amerikaanse presidentskandidaten zijn voorstander
van bio-ethanol. Democraten Barack Obama en Hillary
Clinton willen de productie meer laten toenemen dan
Bush, en de Republikein John McCain stelt dat
ethanol „een zeer belangrijke stap is op weg naar
energieonafhankelijkheid”.
Met dat Amerikaanse concept van energy
independence, het onafhankelijk worden van
energiebronnen uit andere landen, wordt wel vaker
lichtvaardig omgegaan. De cijfers maken duidelijk
dat biobrandstoffen nog nauwelijks indruk maken ten
opzichte van het Amerikaanse olieverbruik: volgens
de American Coalition for Ethanol is 3,5 procent van
alle afgenomen energie in de VS een biobrandstof.
Ook de onderneming waarvan Meints president is, gaat
weinig nauwkeurig om met de term. Op de officiële
bedrijfswebsite staat het Engelse woord voor
‘onafhankelijkheid’, tegen een achtergrond van een
Amerikaanse vlag, verkeerd gespeld: independance.
Tegelijkertijd met de toegenomen populariteit van
bio-ethanol kwamen de bezwaren op. Critici zoals van
de goed aangeschreven Cornell-universiteit stellen
dat onevenredige waterhoeveelheden nodig zijn om
ethanol te produceren: 1.700 gallon water voor 1
gallon aan ethanol. Ook zou volgens sommigen meer
energie nodig zijn om ethanol te produceren dan de
brandstof oplevert. Meints doet beide bezwaren af
als onzin; hij hergebruikt zijn water en kent ook
weer onderzoeken die stellen dat ethanol juist meer
energie oplevert dan de productie ervan kost.
Flinke winst
Hoe dan ook, de streek rondom Steamboat Rock – een
rotsformatie in de rivier lijkt op een stoomboot –
is welvarender geworden van de ontwikkeling. Binnen
twee jaar hadden de dorpsgenoten hun investeringen
terugverdiend. De fabriek zorgde voor 35 nieuwe
banen. Boeren zagen de waarde van hun land alleen al
vorig jaar met eenzesde toenemen. De lokale dealer
van John Deere-landbouwmachines is 24 uur per dag
open, heeft een wachtlijst.
Dankzij de telefonische verzoeken die Meints
regelmatig krijgt, houdt het vertrouwen in een nog
zonniger toekomst aan. Zakenbanken op Wall Street
bellen hem. Mogen ze de fabriek kopen, voor drie
keer de oprichtingsprijs? Meints zegt nee. Zelf wil
hij niet zeggen hoeveel zijn inkomen erop is
vooruitgegaan, maar volgens het ministerie van
Landbouw verdient een Amerikaanse boer dit jaar de
helft meer dan het gemiddelde van de afgelopen tien
jaar.
„Ik voel me er bijna schuldig over, maar het gaat
hier fantastisch.” Dan licht hij toe: zijn
schuldgevoel betreft niet de miljoenen voor wie
voedsel onbetaalbaar is geworden, maar de rest van
Amerika, waar voor velen economisch zware tijden
dreigen. Rot voor ze, zeker. Maar nu is Iowa een
keer aan de beurt.
Artikel uit NRC Handelsblad over suikerriet
voor ethanol:
Het
kappen van de suikerriet gebeurt in Brazilië nog met een
machete zoals hier op een plantage van het Braziliaanse
bedrijf Cosan. Foto AFP
Heel Brazilië rijdt erop, nu de wereld
nog
Brazilië wijst wereld de weg met ethanol
als goedkoop alternatief voor dure benzine
Gepubliceerd: 17 juni 2008 14:25 |
Gewijzigd: 28 juli 2008 13:42
Brazilië is de op één na grootste ethanolproducent
ter wereld. Op basis van suikerriet, niet van maïs,
die minder energie geeft. En dat de voedselprijzen
stijgen door ethanol, is een fabeltje.
Door
Philip de Wit
indeloze suikerrietvelden liggen als dikke groene
tapijten over het land. Plotseling laat Erlon Pereira de
auto stoppen. Pereira is werknemer van Cosan S/A
Indústria e Comércio, de grootste suiker- en
ethanolproducent van Brazilië. Hij is de weg kwijt.
Alles lijkt hier op elkaar. Lappen met drie meter hoge
suikerrietstengels, asfalt, zandweggetjes. Meer is er
niet te zien. Een gesprekje via de mobiele telefoon
biedt geen soelaas. De locatie waar zijn collega’s aan
het oogsten zijn, blijft onvindbaar. De zonsondergang is
nabij. Hij zegt: „Het is hier zo groot, ik ben nog lang
niet overal geweest.”
In de regio rond Piracicaba, een stad zo’n 180 kilometer
ten noordwesten van São Paulo, is van de bijna 800
vierkante kilometer landbouwgrond bijna driekwart
beplant met suikerriet. Ooit was dit gebied bezaaid met
koffieplantages, fruitkwekerijen (sinaasappelen) en
maïsbouw. Buiten de bebouwde kom van Piracicaba, in
Costa Pinto, staat het hoofdkantoor van de Cosan-groep,
de werkgever van Pareira. De suikerrietreus heeft hier –
sinds 1936 – zijn wortels. In de jaren zeventig stapte
de suikerfabrikant in ethanol. Nu is Cosan een van de
marktleiders op het gebied van ethanol en suiker.
Grote gebouwen, hoge pijpen met rookwalmen, werknemers
met helmen en beschermbrillen. Een essentieel onderdeel
van de oogst gebeurt nog grotendeels op de traditionele
manier. Met de hand en machete: het kappen van de
stengels. Straks zal het allemaal met machines worden
gedaan. Buiten de poort staan ze te wachten. De noeste
handarbeiders, leunend tegen de bus, ze zijn net van het
veld opgehaald. Mannen en vrouwen. Petten op.
Scheenbeschermers om de onderbenen. Handschoenen in de
achterzak. Volledig ingepakt, ondanks de warmte. De
uitdossing is noodzakelijk. Want suikerrietstengels
kappen is gevaarlijk werk. De bladeren zijn vlijmscherp.
Cosan (omzet 1,4 miljard euro) kan model staan voor het
biobrandstofbedrijf van de toekomst. In 2005 ging de
onderneming naar de beurs in São Paulo. In het laatste
boekjaar groeide de omzet met 45 procent. Vorige maand
nam het de benzinestations van Esso in Brazilië over.
Met deze acquisitie heeft Cosan de hele keten, van
productie tot verkoop, in eigen handen. Zo laat het
bedrijf zien welke kant het zal opgaan met de
biobrandstofindustrie.
Het buitenland lonkt voor de Braziliaanse
ethanolindustrie. Met de hoge olieprijzen en de
toegenomen mondiale energiebehoefte neemt de vraag naar
ethanol toe. Brazilië, met meer dan 300
ethanolfabrieken, kent de laagste productiekosten van
ethanol in de wereld, van 18 tot 23 dollarcent per
liter. Internationale investeerders stromen toe.
Ondertussen zijn 22 ethanolbedrijven in buitenlandse
handen. Vorige maand nog maakte BP bekend dat het een
belang heeft genomen in de Braziliaanse ethanolfabrikant
Tropical Bioenergia SA. Naar verwachting zal Brazilië in
boekjaar 2007/2008 22 miljard liter ethanol maken. Het
land is daarmee, na de VS, de grootste ethanolproducent
ter wereld. Ter vergelijking: de grootste
ethanolproducent in de EU, Spanje, was in 2002 goed voor
114 miljoen liter.
„We richten ons op de Verenigde Staten, en Europa wordt
ook steeds belangrijker. Verder kijken we nadrukkelijk
naar China, Japan en Singapore”, zegt Mark Thomas Lyra,
directeur import en export van Cosan.
In Europa staat ethanol ter discussie. Critici stellen
dat de productie van biobrandstoffen ten koste gaat van
landbouwgrond. De prijzen van voeding zouden daardoor
worden opgejaagd. Lyra verwerpt de kritiek. „Er bestaan
hier misverstanden over. Het is belangrijk dat daar goed
over gecommuniceerd wordt”, zegt de directeur. Een
belangrijke taak is daarbij weggelegd voor Unica (União
da Indústria de Cana-de-Açúcar), het Braziliaanse
verbond van suiker- en ethanolfabrikanten. Unica heeft
kantoren in Washington en in Brussel. In de laatste stad
heeft het recentelijk een groot pr-bureau in de arm
genomen om ethanol aan de man te brengen en misvattingen
onder Europese politici uit de wereld te helpen.
Eduardo Leão de Sousa, de vorig jaar aangetreden
directeur van Unica, is de belichaming van de nieuwe
strategie. Een internationale achtergrond, voorheen
werkzaam bij de Wereldbank, gepromoveerd en meertalig.
Hij zegt: „Het debat is verstoord geraakt. In het geval
van Brazilië is het een belachelijke discussie. Ethanol
gaat niet ten koste van landbouwgrond voor voeding.”
Hij legt het de bezoeker uit. Het Braziliaanse
suikerriet groeit op zo’n 7,8 miljoen hectare. Dat is
ongeveer 9 procent van het gecultiveerde landbouwareaal,
maar daarmee slechts 2,3 procent van het totaal aan
beschikbare landbouwgrond. Grofweg de helft van die 2,3
procent wordt voor de productie van ethanol gebruikt.
Dus als de ethanolproductie zou worden verdubbeld, dan
zou dat een beroep doen op zo’n 2,3 procent van de
landbouwgrond. Kortom: waar praten we over.
„Er hoeft ook geen regenwoud voor worden gekapt. Het
groeit, zoals hier in de deelstaat São Paulo, op
grasland”, zegt Leão de Sousa. São Paulo ligt op grofweg
2.500 kilometer afstand van de Amazone. Volgens de
Unica-baas kan er in Brazilië bovendien veel land worden
gewonnen door de veehouderij minder extensief te maken.
„Je hebt nu een koe per hectare, als je dat verhoogt
naar 1,4 koe per hectare, houdt je enorm veel land over
dat geschikt is voor suikerriet.”
De directeur van Unica houdt niet zomaar een
verkooppraatje, zo blijkt uit een gesprek met Peter
Zuurbier die samen met een collega het
Latijns-Amerikabureau van de Universiteit van Wageningen
op de Universiteit van São Paulo in Piracicaba runt.
Zuurbier: „De cijfers over landgebruik voor suikerriet
zijn betrouwbaar. In Brazilië worden gegevens keurig
verzameld en bijgehouden. Je kunt trouwens in de
regenwoudregio geen suikerriet laten groeien omdat daar
te veel regen valt.” Suikerriet gedijt vooral in het
savanneklimaat, met droge periodes en een aantal maanden
met regen.
Om de vijf jaar wordt de suikerrietteelt afgewisseld met
soja, als groene bemesting, waarna een nieuwe
suikerrietcyclus kan beginnen. De voordelen van ethanol
op basis van suikerriet lijken voor zichzelf te spreken.
Het is goedkoop. Het levert bijna zeven keer zoveel
energie op als bijvoorbeeld ethanol op basis van maïs –
zoals in de Verenigde Staten wordt geproduceerd. En het
is veel schoner, de uitstoot van broeikasgassen is 90
procent lager dan die van benzine. Zeker honderd andere
landen, zo stelt Unica, hebben bovendien een geschikt
klimaat voor de teelt van suikerriet. Leão de Sousa:
„Dat is toch een stuk democratischer, dan ben je minder
afhankelijk van een kleine club OPEC-landen.”
Toch is niet iedereen even enthousiast.
Milieuorganisaties wijzen erop dat sojaboeren steeds
vaker uitwijken naar het Amazonegebied, omdat op andere
plekken suikerriet land inneemt. Via die omweg zou
ethanol in hun ogen toch bijdragen aan de ontbossing in
het Amazonegebied.
In Brazilië staat ethanol niet ter discussie, zoals in
Europa. Omdat het land al meer dan 30 jaar ethanol
consumeert – een liter benzine bestaat hier standaard
voor 20 tot 25 procent uit ethanol en kost 1,12 euro per
liter (in Nederland kost benzine 1,66 euro per liter).
Van alle nieuwe auto’s, tot 2 liter, die dit jaar zijn
verkocht heeft 90 procent een ‘flex’-motor, waarmee je
op benzine en op ethanol (72 eurocent per liter) kan
rijden. In totaal heeft 26 procent van het Braziliaanse
wagenpark een flex-motor, volgens Unica. Dat aandeel zal
binnen vier jaar oplopen tot 50 procent, zo luidt de
verwachting. Is dat ook de toekomst voor Europa?
Cosan hoopt van wel. In Piracicaba, de thuisbasis van
het bedrijf, is de oogsttijd in volle gang. Voor de
suikerrietfabrieken staan indrukwekkende rijen
vrachtwagens. Allemaal tot de nok toe gevuld met
suikerrietstengels. De Braziliaanse marktleider bezit in
totaal 17 suikerfabrieken en 16 distilleerderijen,
gelegen in de deelstaat São Paulo.
In het boekjaar 2006/2007 produceerde Cosan 1,3 miljard
liter ethanol, waarvan ruim 20 procent bestemd was voor
export. Dit jaar zal de productie waarschijnlijk rond
1,7 miljard liter liggen. Het belang van export zal
daarbij toenemen. Mark Thomas Lyra, directeur export en
import van Cosan zegt: „In Europa zijn er allerlei
beperkingen. In de wereldmarkt is er wat dat betreft
geen vrije handel. Maar wij komen eraan.”
E-mail:
info@companyname.com
|